Van pagina naar scherm
L’Homme au crâne rasé
De man die zijn haar kort liet knippen
André Delvaux, België 1965
Fantasy, Fictie
"Hoe Govert Miereveld, advocaat en leraar in een Vlaamse stad, een geheime liefde koestert voor zijn leerling Fran, een ontoegankelijke schoonheid die weldra uit zijn leven verdwijnt. Hoe het ondoorgrondelijke proces van Goverts geestelijke aftakeling zich verscherpt door de schok van het bijwonen van een autopsie. Hoe hij Fran terugvindt — of denkt terug te vinden — en wat hieruit volgt. Hoe we nooit echt zullen weten of hij haar daadwerkelijk vermoord heeft." – André Delvaux
- Regisseur :
- André Delvaux
- Jaar :
- 1965
- Land :
- België
- Acteurs :
- Senne Rouffaer, Beata Tyszkiewicz, Hector Camerlynck
- Film Formaat :
- ZW
- Duur :
- 98'
- Versies :
-
V : NL ⁄ ST : FR
V : NL ⁄ ST : EN
André Delvaux (1926–2002) is een Belgische regisseur. Hij studeert Germaanse filologie en rechten aan de ULB (Université Libre de Bruxelles) en volgt daarnaast een opleiding tot pianist en componist aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Voor hij zich aan de film wijdt, begint hij zijn carrière als leraar Engels en Nederlands aan het Atheneum Fernand Blum in Schaarbeek[1] en is hij tegelijk pianobegeleider bij stomme films die worden vertoond tijdens projecties georganiseerd door het Écran du séminaire des arts (het latere Filmmuseum van de Koninklijke Cinematheek van België)[2].
In 1953 maakt hij zijn eerste film, de korte opdrachtfilm Forges[3], in samenwerking met Jean Brismée. Tijdens zijn loopbaan als leraar organiseert hij filmworkshops voor zijn leerlingen, met wie hij drie kortfilms realiseert: Nous étions Treize (1956), Two Summer Days (1959) en Yves boit du lait (1960).
Naast deze kortfilms realiseert Delvaux ook enkele documentaires in opdracht van Belgische televisiezenders. Zo maakt hij een portret van de Italiaanse regisseur Federico Fellini, Fellini (1960), een portret van Jean Rouch, Jean Rouch (1962), en een documentaireserie over de Poolse cinema, met name over de regisseur Andrzej Wajda, getiteld Cinéma polonais (1964).

In 1962, staat hij mee aan de wieg van INSAS, het Institut Supérieur des Arts, waar hij vanaf 1963 docent wordt. Zijn eerste speelfilm, L’Homme au crâne rasé (1965), krijgt al snel internationale erkenning: “Mijn film wordt internationaal opgepikt en keert vervolgens terug naar België, waar men zich realiseert dat fictiefilms ook bij ons mogelijk zijn.”[4] Als boegbeeld van het “magisch realisme” realiseert Delvaux — zijn eerste film meegerekend — in totaal slechts zes speelfilms: Un soir, un train (1968), Rendez-vous à Bray (1971), Belle (1973), Femme entre chien et loup (1979), Benvenuta (1983) en L’Œuvre au noir (1988).
Het overgrote deel van zijn oeuvre bestaat uit literaire bewerkingen van auteurs als Johan Daisne, Julien Gracq, Suzanne Lilar en Marguerite Yourcenar. Ook vermeldenswaardig is Babel Opéra ou la répétition de Don Juan (1985), een vorm van documentairefictie die fictieve personages plaatst te midden van repetities voor Mozarts opera Don Giovanni in het Koninklijke Muntschouwburg, onder leiding van Sylvain Cambreling en geregisseerd door Karl Ernst Hermann.
Delvaux kende het werk van Daisne al sinds eind jaren 1940, toen hij nog student was, en “zijn nieuwe boek De man die zijn haar kort liet knippen had grote indruk op mij gemaakt. Ik kon toen nog niet precies onder woorden brengen waarom dit werk mij zo diep had geraakt; ik ben me daar waarschijnlijk pas geleidelijk aan bewust van geworden”.
Vijftien jaar later boden de cinematografische diensten van de BRT hem, na het succes van enkele van zijn films, de kans om een langspeelfilm te draaien. Ze lieten hem vrij in de keuze van het onderwerp, het zoeken naar een producent (het Ministerie Van Nationale Opvoeding En Cultuur) en de vrijheid van de final cut. “Het onderwerp had in mij gerijpt; de realisatie van de film maakte het misschien mogelijk wezenlijke vragen te stellen, wat ook een manier is om te antwoorden. Vele malen heb ik met Johan Daisne gesproken en zo ontstond er al snel een zeer innig contact.”
Ondanks het koele onthaal van de Belgische kritiek bij de eerste vertoningen, kwamen de eerste tekenen van waardering uit het buitenland, en meer bepaald uit Frankrijk. De Franse criticus Michel Cournot schreef: “Meesterwerken zijn in de cinema schaars. Werken van het kaliber van Citizen Kane, Pierrot le fou en Salvatore Giuliano, daar komen er wereldwijd niet meer dan vijf per jaar van, als het al zoveel zijn. Een van de allerrecentste is L’Homme au crâne rasé van André Delvaux. Een Belgische film. (...) Een onbetwistbaar meesterwerk. L’Homme au crâne rasé van André Delvaux is de eerste langspeelfilm die ons uit België bereikte, een land dat men, zo terloops gezegd, zou moeten leren liefhebben.” – Michel Cournot (Le Nouvel Observateur 15.06.1966)
L’Homme au crâne rasé wordt vooral beschouwd als de grondleggende film van de moderne Belgische cinema, op een moment waarop een beleid van filmproductie en -ondersteuning tot stand komt.
[1] P. DAVAY, F. DANCKAERT, 1970-1980, 10 ans de cinéma belge, Europalia 80 Belgique, Bruxelles, 1980, p. 14.
[2] D. NASTA, A. LACHAPELLE, « Delvaux André », Nouvelle Biographie nationale t.12, Académie Royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, Bruxelles, 2014, p. 99.
[3] Ibid (nasta).
[4] L. DANVERS, « André Delvaux ou les chemins de la beauté » Le Vif/L’Express, 30 août 2002, p. 65.

























