facebook instagram twitter
X

Votre don fait vivre le cinéma !
Uw gift brengt film tot leven!

VLAAMSE FILM

VERBRANDE BRUG

Guido Henderickx, 1975
prijs 15 €

Eerste langspeelfilm van ex-Fugitive-filmer Guido Henderickx, die samen met de auteur Marcel van Maele twee maanden in Verbrande Brug verblijft om er zich te laten inspireren door de locatie. Het drama, dat zich binnen een tijdspanne van vierentwintig uur voltrekt, neemt een aanvang wanneer de waarzegster Lola en haar vriend Louis toekomen voor de jaarlijkse kermis in Verbrande Brug. Louis heeft zeven jaar geleden een verhouding gehad met Monique, de vrouw van cafébaas Charel. Van meet af aan is duidelijk dat er nog elektriciteit in de lucht hangt.

Regie Guido Henderickx | productie: Pierre Films en Visie | executive-producer: Jacqueline Pierreux | associated producer: Roland Verhavert | productieleider: Tom Coene | regie-assistent: Jean Cadran | fotografie: Walther Vanden Ende | kadreur: Rufus Bohez | camera assistent: Willy Stassen | montage: Eliane Du Bois & Michèle Maquet (geluid) | geluid: Henri Morelle | originele muziek van Alain Pierre; Lonely without You gezongen door Cynthia Clay | art Director: Philippe Graff | opnameleider: Jef Van de Water.

Cast Jan Decleir ... Charel | Doris Arden ... Monique | Yves Beneyton ... Louis | Malka Ribowska ... Lola | Charles Janssens ... grootvader | Fred Van Kuyk ... Pol | Guido Claus ... kermisuitbater | Rita Corita ... Louisa | Jo Crab ... Mady | Jo De Caluwé ... para-commando | Co Flower ... grootmoeder | Maurits Goossens ... Fons | John Kraaikamp ... Stan | Carlos van Lanckere ... Frans | Paul Meyer ... Jef | Pol Ricour ... Jean | Max Schnur ... garagist | Jenny Tanghe ... Magda | Alice Toen ... moeder | Jaak Van Hombeek ... Sam | Paul-Emile Van Royen ... Cois | René Verreth ... Brouwer | Monique Delvaux ... stem van Monique.

De Verbrande Brug archieven

Het begin van de jaren zeventig is de bloeiperiode van de patrimoniumfilm. Mira heeft in 1971 zoveel succes bij het publiek dat de film een kleine trend op gang brengt. In 1973 laat producent Jan Van Raemdonck in grote letters 'Na Mira, De loteling' aanbrengen op de materiaalwagens van De loteling, zijn nieuwste literaire adaptatie. En na De loteling van Hendrick Conscience is het in 1975 de beurt aan Pallieter van Felix Timmermans. Later volgen nog andere klassieke Vlaamse auteurs, want bij een aantal producenten, zoals Jan Van Raemdonck, is het intussen een bewuste productiestrategie geworden om bestsellers uit het klassieke Vlaamse repertoire om te zetten naar film. Noch Pallieter, noch De loteling halen de toeschouwersaantallen van Mira, maar ze vinden wel degelijk een publiek, wat niet gezegd kan worden van een hele reeks andere films, die niet binnen dit concept gemaakt worden.

Dat de Vlaamse film alleen 'boerenfilms', 'kasteelfilms' of 'literatuurfilms' zou hebben voortgebracht in deze periode is dus niet juist. Begin jaren zeventig is ook een productieve periode voor de eigenzinnige cinema van Harry Kümel en André Delvaux, voor de politiek en sociaal geëngageerde films van Robbe De Hert en zijn Fugitive filmers. Ook voor Frans Buyens, die in deze periode niet alleen documentaires, maar ook fictiefilms maakt. Daarnaast bewijzen films als Verloren maandag (Luc Monheim) of Salut en de kost (Patrick Le Bon), Jonny & Jessy (Wies Andersen) en een reeks andere titels dat er wel degelijk films gemaakt worden die dicht tegen de actualiteit aanleunen. Het probleem is alleen dat de meeste van deze films (op Kümel en Delvaux na) nauwelijks toeschouwers weten te lokken, veel minder in elk geval dan de patrimoniumfilms. En daardoor zijn ze ook nauwelijks doorgedrongen tot de collectieve beeldvorming.

In zijn geheel genomen is de Vlaamse film dus helemaal geen 'boerenfilm'. Dat neemt evenwel niet weg dat die perceptie een strijdkreet is geworden in de Vlaamse filmgeschiedenis van de laatste vijfendertig jaar. Verschillende generaties gebruikten het discours om er hun eigen cinema mee te legitimeren. Zo ook Guido Henderickx: in interviews die in de periode van Verbrande Brug verschenen in de pers, distantieert Henderickx zich met rake bewoordingen van een Vlaamse cinema die zich op literair werk uit grootmoeders tijd baseert. Cinema moet radicaal hedendaags zijn, zegt Henderickx, en moet zich bezig houden met de problemen van vandaag. In het begin van zijn filmerscarrière zijn dat, helemaal in de geest van de tijd, politieke en sociale thema's. Guido Henderickx sluit zich na zijn studies aan het HRITCS aan bij het filmerscollectief Fugitive Cinema. Hij werkt mee aan enkele van de meer bekende titels als SOS Fonske en Dood van een sandwichman. Hij verzorgt de montage van Camera Sutra. Dat doet hij ook voor Ieder van ons van Frans Buyens en voor Home Sweet Home van Benoît Lamy, die geproduceerd wordt door Jacqueline Pierreux, die twee jaar later ook Verbrande Brug zal produceren.

Van bij de eerste beelden van Verbrande Brug is duidelijk dat Guido Henderickx zijn inspiratie zoekt buiten de traditionele Vlaamse cultuur. Vooral de jonge Amerikaanse cinema van die periode spreekt tot zijn verbeelding: een cinema die zich heeft afgezet van de klassieke Hollywoodfilm, en die zich bevrijd weet van de ideologische directieven van de production code, waarmee de Amerikaanse overheid decennialang controle uitoefende op het filmbedrijf. Gedurende een periode van ongeveer tien jaar (van midden jaren zestig tot midden jaren zeventig) wint een nieuw soort Amerikaanse cinema de gunst van het jonge publiek met films die een wrang beeld schetsen van de samenleving. In films als Fat City, waaraan de openingscène van Verbrande Brug openlijk referereert, The Chase, Five Easy Pieces, The Last Picture Show, enzoverder, is de held een antiheld geworden, die geviseerd wordt door een bedreigend systeem. In de plaats van het vertrouwde happy end uit de klassieke Hollywood-film komt vertwijfeling en pessimisme. De blauwdruk van dit soort cinema is helemaal die van Verbrande Brug. Maar er is meer: voor cineasten zoals Henderickx biedt het voorbeeld uit Amerika de hoop dat geëngageerde cinema en publiekscinema elkaar niet noodzakelijk hoeven uit te sluiten. Voor dat dilemma - politiek of publiek - had een beweging als Fugitive Cinema voordien geen recept in huis.

Stilistisch drijft Verbrande Brug op een consequente keuze voor lange scènes en voor lange ononderbroken opnames. Opvallend is ook de voorliefde, niet alleen in Verbrande Brug, maar in heel het werk van Guido Henderickx, voor intense en extreme emoties, zoals ze in die periode bijvoorbeeld in de films van John Cassavetes werden bespeeld.

De internationale blik van Verbrande Brug blijkt ook uit de casting, die de restanten vertoont van een coproductiestructuur die nooit werkelijkheid is geworden. Het gebruik van het Antwerpse dialect lijkt op het eerste gezicht in tegenspraak met die brede ambitie, maar die regiekeuze situeert zich in een andere context: die van het gestileerde proletarisch realisme en die van de weerzin tegen de culturele Vlaamse verfilmingen in een literair aandoende standaardtaal. Ook in het soort scenario en in de wijze waarop het scenario tot stand is gekomen, positioneert Guido Henderickx zich lijnrecht tegenover de school van de literaire adaptaties. Gedurende zes weken verbleef Guido Henderickx met coscenarist Marcel van Maele in Verbrande Brug met de bedoeling de locatie op het schrijfproces te laten inwerken. Het verhaal dat in de loop van het proces tot stand komt is een passionele drama, een verhaal van verscheurdheid en tragische liefde, dat in later werk van Guido Henderickx voortdurend zal terugkeren. Binnen datzelfde oeuvre bekleedt Verbrande Brug een eerder atypische positie. Eerdere films, zoals SOS Fonske en Dood van een sandwichman (beide samen met Robbe De Hert en Patrick Le Bon) of Het laatste oordeel, waren politiek gemotiveerd. Hetzelfde geldt voor De proefkonijnen dat Henderickx vijf jaar na Verbrande Brug maakt. Verbrande Brug zelf daarentegen is geen pamfletfilm, geen directe aanklacht. De toon is veeleer somber en geresigneerd. Bijna fatalistisch, waardoor de rol van Jan Decleir op een paradoxale manier weer dicht in de buurt komt van de droeve helden uit Mira, De loteling en Rolande met de bles. Net die films die voor Verbrande Brug als stootsteen fungeerden.

Erik Martens

De Verbrande Brug archieven. Research, samenstelling, scenario, stem: Erik Martens. Interviews: Michel Apers & Erik Martens. Geïnterviewden: Jan Decleir, Josse De Pauw, Patrick Duynslaegher, Philippe Graff, Guido Henderickx, Luc Pien, Jacqueline Pierreux, Marcel van Maele. Redactie-secretariaat: Tim Van der Poel m.m.v. Thomas Payot & Andries Verreet. Camera: Brian Moons. Klank: Bert Hebbelinck. Montage: Walter Wendelen. Sound mixage: Sammy Rubbens. Productie: Michel Apers. Deze dvd kwam tot stand in samenwerking met MMG Film & Television Production en Vintage Films. Kroniek van de Vlaamse film 1955-1990, uitgevoerd door het Koninklijk Belgisch Filmarchief, in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap, in samenwerking met Canvas.

Langspeelfilm 83'
Documentaire
De Verbrande Brug archieven (37 min.)
Kortfilm
Gejaagd door de winst (1977)
Trailers
Verbrande Brug (1975)
De proefkonijnen (1980)
Skin (1987)
Moeder, waarom leven wij? (1993)
S. (1998)

Langspeelfilm 83'
Taal Nederlands
Ondertiteling Nederlands, Frans, Engels
Beeldformaat 16:9
Filmkader 1:66
Regio code PAL (region free)
Audio dolby digital 2.0
Disc type dvd 9

dvd cover
Verbrande Brug15 €
dvd image
dvd image
dvd image
dvd image
dvd image
dvd image