X

Votre don fait vivre le cinéma !
Uw gift brengt film tot leven!

CINEMATEK?

FILMCONCERTEN


"STILLE" FILM

 

Stille film was zelden helemaal stil. Hij werd dan wel gemaakt zonder gesproken woord, maar nooit zonder geluid. Tijdens de begindagen van de film werden de filmprojecties in dream palaces voorzien van geluidseffecten, van commentaar door een verteller of presentator (zoals de Japanse benshi) of van muzikale begeleiding met piano – soms zelfs met een heus orkest. Het verlangen om beeld en geluid te kunnen combineren was met andere woorden toen al merkbaar. Er dienden een aantal technische problemen opgelost te worden (met name de synchronisatie van beeld en geluid, de versterking en de kwaliteit van het geluid) vooraleer de eigenlijke geluidsband kon geproduceerd worden. Er werd volop geëxperimenteerd, onder andere in Duitsland en de Verenigde Staten. De geluidsfilm ontwikkelde zich pas ten volle eind jaren ’20, wanneer grote Amerikaanse studio’s tekenden voor het sound on film systeem en een conversieproces van bioscoopzalen over de hele wereld plaatsvond. Het geluid werd nu rechtstreeks op de pellicule aangebracht, een techniek die later standaard zou worden. De talkies veroverden van meet af aan de filmwereld.

Om hun stille films terug leven in te blazen gingen sommige filmmakers achteraf geluid toevoegen aan hun werk – zoals Chaplin deed met The Gold Rush, waardoor deze nu nog steeds in twee versies beschikbaar is. Vandaag, in 2013, is dat een courante praktijk om stille film aan een groot publiek te kunnen aanbieden. Maar het is lang niet de enige manier en sommige filmarchieven vinden dat men al teveel ingrijpt op originele materialen.

 

Wat zijn dan de mogelijkheden IN 2013 ?

1. Absolute stilte: deze optie kende ten tijde van de stille film al heel wat aanhangers. Maar de keuze voor stilte vandaag heeft niets te maken met de gebruiken in de filmzalen toen. Muziek had een functionele bestaansreden: in eerste instantie door bij te dragen aan het spektakel (bij de opening, de intermezzi of de begeleiding van de film), maar vooral ook door de storende geluiden van de projector en de zaal te overdekken. Sommige films kunnen zonder muziek bekeken worden, maar ze zijn zeldzaam.

2. Vertolking van de historische partituur: Een aantal filmhistorici & musicologen zijn fervente verdedigers van deze optie. Het zou toeschouwers een authentieke terugblik bieden op toenmalige composities. Cineasten lieten soms heel duidelijke instructies na over de muzikale begeleiding van hun films. Helaas blijven zulke dure en tijdrovende reconstructies voorlopig uiterst zeldzaam.

3. Creatie van een hedendaagse soundtrack voor de film: een festival, een retrospectieve, een verjaardag, een restauratie … Het zijn allemaal gelegenheden waarbij beroep kan gedaan worden op het talent van een vermaard componist en een nieuwe partituur kan geschreven worden. Het is een gebruik dat de laatste jaren steeds meer aan belang won, maar het wordt niet altijd in dank genomen. Sommige cinefielen en voorstanders van de historische aanpak uiten vurig kritiek op het anachronisme. Musicologen of melomanen verwerpen dan weer het stereotypische karakter. Maar een nieuwe soundtrack kan onze blik veranderen, een film reanimeren of zelfs zijn tijdloze karakter benadrukken!

4. Selectie van een aantal toenmalige of klassieke stukken: men kiest een aantal muziekstukken uit op maat van de filmvoorstelling. Ten tijde van de stille film, toen er voor de film nog geen partituur geschreven werd, werd dat vaker gedaan. Op die manier heeft het wat weg van een historische reconstructie, alleen houdt deze optie nogal wat risico’s in: men kan namelijk snel inadequaat, overdadig of artificieel overkomen. Bovendien hebben bestaande stukken vaak een eigen ontstaanscontext en eigen karaktertrekken die niet altijd ten dienste staat van het bewegend beeld.

5. Improvisatie: Pure impro krijg je te horen wanneer de muzikant de film nooit eerder zag en hij of zij samen met het publiek voor de eerste keer de beelden te zien krijgt. Dat kan riskant zijn, maar het is tegelijk heel spannend voor een pianist. Maar aangezien de cinefiele begeleiders de films vaak kennen - of zich toch wat voorbereiden door de thema’s van de film of de leitmotivs vooraf na te lezen - gaat het veeleer om semi-improvisatie dan pure improvisatie.
Het is een hele kunst! De pianist richt zich telkens tot een ander publiek, dient zich aan te passen aan een steeds veranderende context. Zoals bij alle filmmuziek moet improvisatie tegelijk efficiënt en discreet zijn. Discreet, want een filmscore moet je niet beluisteren, die moet je louter horen. Efficiënt, want ze moet in harmonie zijn met het ritme en de ideeën van de film. De pianist bouwt op dat moment een brug tussen film en toeschouwers.

 

 

Filmconcerten BIJ CINEMATEK

Naast uitzonderlijke restauratieprojecten heeft een filmarchief of een filmmuseum met regelmatige vertoningen van stille films in wezen slechts twee opties: de stilte of de improvisatie. CINEMATEK kiest voor improvisatie, wij zijn een van de weinige zalen ter wereld waar je een dergelijk en constant aanbod kan krijgen van stille films, gecombineerd met een live muziekbegeleiding. 7 pianisten lossen elkaar dagelijks af om jullie zulke voorstellingen te kunnen aanbieden: Alain Baents, François Chamaraux, Fabian Fiorini, Hughes Maréchal, Hilde Nash, Stéphane Orlando, Noah Vanden Abeele en Jean-Luc Plouvier.
Ze zorgen voor het evenementieel karakter van zeer dynamische filmvoorstellingen. De beelden worden — soms 100 jaar na datum – weer tot leven gebracht op het zilveren scherm.

 

 

CINEMATEK dankt Alain Baents, François Chamaraux en Stéphane Orlando voor hun bijdrage aan deze reportage.